Zondag 19 augustus 2018
Aangezien je in Amerika niet elke 10 km een tankstation tegenkomt hebben we als regel ingesteld om elke dag te tanken voor vertrek en bij een halve tank weer op zoek te gaan naar een station. De auto die we hebben, een prachtige Ford Explorer, is niet de meest zuinige dus regelmatig tanken is wel noodzakelijk. Vandaag kwamen we erachter dat we deze regel niet voor niets hadden ingesteld. De route van Lake Havasu naar de ingang aan de zuidkant van Joshua Tree National Park was geen vervelende route. Wel lang en dwars door een woestijnachtig gebied waar we werkelijk geen dorpje of huis, laat staan een tankstation tegen zijn gekomen.

Als we ‘s-ochtends niet zouden hebben getankt in Lake Havasu, dan waren we op deze route stil komen te staan en dan waren de raapjes gaar geweest. Maar vlakbij de ingang van het park kwamen we een tankstation tegen en konden we auto weer volgooien. We hebben besloten om via de zuidingang het park in te rijden en dan via de noordkant weer te verlaten om dan richting Palm Springs te rijden. Joshua Tree is het laatste nationale park van deze vakantie. Dit is ook het meest uitgestrekte park en daarom ook de rustigste van alle parken. Hier ook geen shuttlebussen, je bent gewoon op je eigen auto aangewezen. Het park bestaat uit 2 delen. Een lagergelegen deel met een dor landschap met her en der een oase met palmen en een hoger gelegen deel waar het (gelukkig) wat koeler is. Via de zuidkant komen we binnen en na een bezoek aan het Visitor Center rijden we met de auto richting Cottonwood Spring, één van oases (die helaas droog stond vanwege de warmte/droogte).


Naarmate we noordelijke het park inrijden komen we steeds meer cactusvelden tegen en niet veel later doemen de eerste Joshua Trees op zoals op de hoes van de bekende U2 CD. Hier uiteraard een aantal mooie foto’s genomen.




Na een bezoek aan de Hidden Valley verlaten we het park bij het stadje Joshua Tree en zetten we koers richting Palm Springs.

Een patserige mondaine stad voor de rijkere Amerikaan uit Los Angeles en bekend van het festival Coachella en het tennistoernooi van Indian Wells. De stad staat vol met palmbomen en alles ziet er gelikt uit.

Ook hier hebben ze een eigen Walk of Fame met bekende inwoners van de stad. Ook hier is het vreselijk warm. Ze hebben hier wel overal nevelsproeiers die het enigszins aangenaam maken.

In het centrum zit een heerlijk Italiaans restaurant waar we altijd even naartoe gaan als we in Palm Springs zijn. Heerlijk! Palm Springs is de laatste stop voordat we weer in Los Angeles aankomen…….
